Wat zijn referentieniveaus?

Gepubliceerd op 20 november 2023 om 14:15

Referentieniveaus in het onderwijs, vastgesteld door de overheid, dienen als maatstaf voor de beheersing van vaardigheden. Alle referentieniveaus vormen samen het referentiekader, een doorlopende leerlijn die zich uitstrekt van het primair onderwijs tot het beroepsonderwijs. Dit kader faciliteert een soepele overgang van de ene onderwijsinstelling naar de andere en helpt bij het herkennen van sterke punten en aandachtspunten van leerlingen.

Steeds meer lesmethoden hebben hun inhoud afgestemd op deze referentieniveaus. Inmiddels toetsen de niet methode gebonden toetsen de aspecten van  het referentiekader ook.  Vanaf groep 6 worden de referentieniveaus vermeld bij de resultaten, ook bij die van de doorstroomtoets in groep 8.

Binnen de referentieniveaus voor het basisonderwijs onderscheiden we het fundamentele niveau (1F) en de streefniveaus (1S voor rekenen en 2F voor taal). Het fundamentele niveau is wat de meerderheid van de leerlingen tenminste zou moeten beheersen bij het verlaten van het basisonderwijs. Het streefniveau is uitdagender en geschikt voor leerlingen die meer aankunnen.

Voor de vervolgopleidingen zijn de referentieniveaus vereist om een diploma te kunnen behalen. Zo moeten VMBO-leerlingen aan het eind van de opleiding 2F beheersen om verder te kunnen naar het MBO. Leerlingen op de HAVO moeten 3F halen bij hun eindexamen en VWO-leerlingen 4F (taal) en 3F (rekenen) om door te kunnen stromen in het hoger beroepsonderwijs of het wetenschappelijk onderwijs.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.